3.
Huidige
situatie: culturele veld en subsidiëring
3.1 Omvang
3.2 Financiële
ondersteuning door gemeente
3.3 Beleidsgestuurde
contractfinanciering
4. Cultuur- en
kunstbeleid hogere en lagere overheden
4.1
Cultuurbeleid
overheden op hoofdlijnen
4.2
Rijk
4.3
Provincie
4.4
Gemeenten
5.
Relevante
gemeentelijke nota’s op andere beleidsterreinen
6.
Trends
en ontwikkelingen
6.1
Effect
cultuur op economie
6.2
Cultuurparticipatie
landelijk
6.3
Ruimtelijke
kwaliteit
6.4
Professionalisering
en verzakelijking
6.5
Diversiteit
en beleving kunst en cultuur
6.6
Demografische
ontwikkelingen gemeente Soest
6.7
Vrije
tijd
6.8
Besteedbaar
inkomen
7.
Aanbevelingen
in de Nota ‘Het Soester Cultureel Peil 2008’
8.
Uitgangspunten
lokaal cultuurbeleid: visie & missie
8.1
Kader
voor visie&missie van gemeentelijk cultuurbeleid
8.2
Wat is
‘Cultureel Ondernemerschap’ eigenlijk?
9.
Doelstellingen
van toekomstig cultuurbeleid
9.1 Voorzieningenniveau:
culturele infrastructuur
9.2 Subthema
Cultuurparticipatie bevorderen
9.3 Subthema
Nieuwe samenwerkingsvormen stimuleren op cultureel gebied (cultuurtoerisme)
Subthema
Cultuurhistorische schatten ontsluiten
Subthema
Goede huisvesting voor culturele functies bevorderen
10.
Cultuureducatie
in het onderwijs
11.
Beeldende
Kunst
12.
Letteren/Media:
Bibliotheek
13.
St.
Cultuurplatform Soest: rol als platform
14.
Het
CultuurPunt Soest
15.
De
Cultuur- en Publieksprijs Soest
16.
Samenvatting:
actieplan met prioriteiten, planning en financiële vertaling
Bijlage 1 Overzicht gemeentelijke uitgaven aan kunst en cultuur (2008;
2009)
Bijlage 2 Relevant gemeentelijke beleid op andere terreinen
Bijlage 3 ‘Het Soester Cultureel Peil 2008’
Bijlage 4 Samenvatting financiële consequenties cultuurbeleid
gemeente Soest 2010-2014
Bijlage 5 Verslag Expertmeeting culturele veld d.d. 26 februari 2009
Bijlage 6 Verslag meeting gemeenteraad Soest d.d. 19 maart 2009
Figuur 1 Ringenmodel voorzieningen
1. Inleiding
Cultuur is de spiegel van onze samenleving. Het is het verhaal dat kunsten, erfgoed en media vertellen over de maatschappij waarin we leven: van theatervoorstellingen tot popconcerten, van schilderijen tot historische gebouwen. Cultuur verbindt mensen, ongeacht hun leeftijd of afkomst. Een toegankelijk gedocumenteerd verleden is daarbij onmisbaar. Ook radio, televisie, kranten, tijdschriften en het internet vervullen een belangrijke rol, als kennisbronnen en opinievormers. Cultuur laat mensen anders naar elkaar kijken, het bevordert wederzijds begrip doordat het aanzet tot dialoog. Cultuur inspireert! Cultuur heeft verschillende verschijningsvormen. Het is veelomvattend. Iedereen interpreteert het woord ‘cultuur’ op zijn/haar eigen manier. Cultuur staat ook voor identiteit. De aanwezigheid van kunst en cultuur is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van de samenleving. Cultuur -in alle soorten en maten- amuseert, verzet zinnen, laat genieten, verlegt grenzen, leert kijken en luisteren, leert onderscheiden, ontspant, informeert, roept herinneringen op, verwondert, schokt en ontroert. Het is een uitingsvorm die in verschillende gedaanten zichtbaar wordt. In onze gemeente is een rijk cultureel aanbod waar ik trots op ben! Er is zowel professionele kunst als amateurkunst. Het wordt in georganiseerd of ongeorganiseerd verband beoefend.
Cultuurbeleid is bij uitstek een middel waarmee de gemeente de eigen identiteit van de lokale gemeenschap tot uitdrukking kan laten komen. Dit met de kanttekening dat het benadrukken van lokale identiteit niet mag leiden tot een verkokering die het zicht op de buitenwereld beneemt en een wij/zij gevoel creëert dat impliciet en onbedoeld andere groepen uitsluit. Het gaat om het gebruiken van wat is en was, voor nu en in de toekomst.
Teun Middelkoop
2.
Begrippenlijst
Binnen de wereld van de Kunst en Cultuur worden begrippen gehanteerd
die niet door iedereen eenduidig worden
gebruikt. Voor de onderstaande begrippen is in onderliggende nota hebben wij de meest gangbare uitleg[1]
gehanteerd:
Cultuur staat in de
meeste ruime betekenis van het woord voor alles wat door menselijk handelen is
gemaakt. Een andere omschrijving is: de leefstijl van een samenleving. Deze
leefstijl –de vorm, inhoud en geestelijke gerichtheid van menselijk handelen-
is niet eenduidig maar veeleer een dynamisch spel van subculturen. Wanneer in
beleidstermen over cultuur gesproken wordt, wordt hieronder doorgaans verstaan:
de podiumkunsten (muziek, theater en dans), de beeldende kunsten, de film, de
audiovisuele media, de bibliotheken, het cultureel erfgoed, de amateurkunst en
de kunst- en cultuureducatie.
Cultuureducatie is
in beleidstermen van het ministerie van OCW de verzamelnaam voor kunsteducatie,
erfgoededucatie en media-educatie.
Kunsteducatie is
leren over, door en met kunst. Ook het leren beoordelen, genieten en zelf
beoefenen van kunst hoort daarbij. Kunsteducatie omvat de disciplines:
beeldende kunst, dans, literatuur, muziek, theater en audiovisuele kunst. Ook
toegepaste kunsten en wereldcultuur maken hier onderdeel van uit.
Erfgoed zijn
overblijfselen uit het verleden die een samenleving belangrijk vindt om te
bewaren en te beschermen.
Erfgoededucatie omvat
een breed spectrum aan activiteiten voor allerlei publieksgroepen, die zowel
kennis en begrip als beleving van erfgoed tot doel hebben. Bij erfgoed gaat het
om: musea, monumenten, de gebouwde omgeving, archieven, archeologie,
industrieel en mobiel erfgoed (allerlei historische transportmiddelen),
landschap en immaterieel erfgoed (verhalen, uitdrukkingen, ambachten, tradities
e.d.). Erfgoededucatie is ook: leren over, door en met erfgoed.
3.
Huidige situatie: culturele veld en subsidiëring
Kunst, cultuur en erfgoed kennen ook in onze gemeente verschillende verschijningsvormen. Er is een rijk verenigingsleven en een infrastructuur aan culturele voorzieningen in diverse disciplines.
Het valt op dat er vele zangkoren en muziekverenigingen zijn maar ook toneelverenigingen en een historische vereniging. Maar er zijn nog meer verenigingen en stichtingen die aan kunst en cultuur gerelateerd zijn. Soest telt professionele dansscholen en amateurverenigingen op de terreinen folklore en volksdansen. En de gemeente is twee theaters rijk (Cabrio en Idea) en twee musea (Militaire Luchtvaart Museum Soesterberg en Museum Oud Soest). Er is een muziekschool, een kunstuitleen en een bibliotheek. Bovendien zijn binnen de gemeentegrenzen meer dan vijftig individuele (semi)professionele kunstenaars of kunstenaarscollectieven actief. Diverse musici zijn op Soester bodem woonachtig en genieten landelijke- en zelfs wereldwijde bekendheid. Vele culturele evenementen vinden jaarlijks of incidenteel plaats, bijvoorbeeld het Gildefeest, het Cultuurfestival Soest en de KunstRoute Soest. Men hoeft maar de database met culturele adressen van het CultuurPunt Soest en de ledenlijst van het Cultuurplatform Soest in te zien om een indruk te krijgen van de grote omvang van het aantal culturele organisaties en verenigingen. Het platform heeft ruim honderd leden waaronder culturele organisaties en kunstenaars. Kortom, een rijk cultureel leven waar wij trots op zijn!
Wij hebben in de afgelopen jaren grote en kleine subsidies verleend aan diverse culturele instellingen, verenigingen, stichtingen, zowel aan professionele kunst- en cultuuruitingen als aan amateurkunst. Zo heeft ongeveer de helft van de dertig Soester koren subsidie nodig voor de kosten van een dirigent, instructeur of regisseur en voor huisvestingskosten. Ook wordt er gebruik gemaakt van het gemeentelijk fonds voor de aanschaf van muziekinstrumenten. Doorgaans werden structurele subsidies jaarlijks met een inflatiepercentage verhoogd. Naast dit alles kent Soest twee budgetten voor incidentele subsidies, te weten ‘Kleine culturele voorzieningen’, en ‘Maatschappelijk cultureel belang’. Deze budgetten zijn bedoeld voor resp. samenwerkingsprojecten van twee of meer lokale culturele instellingen, en voor het incidenteel ondersteunen van culturele activiteiten in de gemeente. De beleidsregels voor incidentele subsidies werden onlangs versoepeld om administratieve rompslomp te verminderen.
Soest zet daarnaast gelden in voor cultuureducatie onder de jeugd zoals het jongerenpaspoort, het cultuurprogramma onder schooltijd (PO en VO) en talent ontwikkeling zoals ‘Soestvrijstaal’ (podiumbattle). Tenslotte geven wij ook geld uit aan (onderhoud van) beeldende kunst.
Zie bijlage 1 voor een overzicht van alle gemeentelijke uitgaven op het gebied van kunst- en cultuur (in 2007 en 2008).
Veel structurele subsidies zijn historisch gegroeid. Met als doel de lokale culturele infrastructuur in stand te houden. Het directe gevolg van de onderzoeksresultaten van de raadscommissie “Treft Subsidie Doel” is de invoering van beleidsgestuurde contractfinanciering (BCF) op termijn. Daarmee willen wij bij de grotere subsidies meer op beleidsdoelen en resultaten gaan sturen. De gemeente wordt daarbij gezien als opdrachtgever die inkoopt. De lokale overheid geeft aan wat zij met haar subsidie wil bereiken en welk maatschappelijk effect beoogd wordt. Het is aan het veld aan te geven hoe. De welzijnsinstelling Stichting Balans was daarvoor de pilot. Voor cultuur zijn het de muziekschool en Idea die de eerste stappen richting BCF in 2010 respectievelijk 2011 gaan zetten. De uitkomsten daarvan zijn nu nog onbekend.
Voor de muziekschool geldt dat gemeenteraad voor 2012 een forse vermindering van de subsidie voorziet.
Via het traject van beleidsgestuurde contractfinanciering (BCF) zal in de
komende jaren besloten worden met welk doel wij de resterende subsidie gaan
inzetten.
4. Cultuur-
en kunstbeleid hogere en lagere overheden
4.1 Cultuurbeleid overheden op hoofdlijnen[2]
De overheid voert cultuurbeleid op landelijk, provinciaal en gemeentelijk
niveau. De overheden voeren elk een autonoom beleid, dat door onderlinge
samenwerking en afspraken op elkaar wordt afgestemd.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bepaalt de hoofdlijnen van het cultuurbeleid. Daarnaast verdeelt de minister, samen met de landelijke cultuurfondsen, de subsidies voor (grote) cultuurinstellingen. De Raad voor Cultuur adviseert de regering over algemeen beleid en regelgeving en over concrete beslissingen zoals de vierjaarlijkse landelijke subsidies.
Taakverdeling
De landelijke, provinciale en lokale overheden hebben verschillende
verantwoordelijkheden in het cultuurbeleid. De taakverdeling tussen de drie
overheden is vastgelegd op basis van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (1993).
Voor het cultuureducatiebeleid is die verdeling als volgt:
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoerende activiteiten op het gebied van
cultuureducatie
De provincies verzorgen de ondersteuning hiervan (de directe steunfunctie)
Het Rijk richt zich op de indirecte steunfunctie, ontwikkeling en experiment
4.2 Rijk
In
haar advies Innoveren, participeren! noemt de Raad voor Cultuur de
kennis van cultuur en
de deelname daaraan geen luxe of vrijetijdsbesteding, maar een
maatschappelijke noodzaak
voor het goed functioneren van de samenleving. De Raad vindt dat
de vorming van
‘culturele burgers’ het hoofddoel van het overheidsbeleid moet
worden. Culturele burgers
die:
- cognitief en sociaal-emotioneel goed zijn ontwikkeld;
- soepel omgaan met de veelheid aan talen en culturen om hen
heen;
- moeiteloos hun weg weten te vinden in onze
informatiemaatschappij.
Ook het kabinet heeft duidelijke ambities uitgesproken op het
gebied van cultuur. Het
beschouwt een brede culturele basis als een voorwaarde voor de
ontplooiing van talent. In
zijn nota Kunst van Leven introduceert minister Plasterk
hiertoe het 10-puntenplan
cultuurparticipatie. Ook via de lijn van de brede scholen kiest
het rijk voor het versterken van
de positie van cultuur. Het nieuwe Fonds voor Cultuurparticipatie
is één van de
instrumenten om tot uitvoering te komen. Provincie en gemeenten
richten zich al vele jaren
actief op het vergroten van cultuurbereik en het stimuleren van
cultuurparticipatie.
Sinds 1996 is vooral cultuureducatie een belangrijk onderdeel van het landelijke cultuurbeleid. Met het project Cultuur en School (1996) kreeg cultuureducatie een vaste plaats in het rijksbeleid. Volgens de landelijke overheid is cultuureducatie essentieel voor de ontwikkeling van jongeren. ‘Zij brengt jongeren in contact met onderliggende waarden in de samenleving, historische lijnen en leert ze om kunst te waarderen en te beoordelen’, aldus het regeerakkoord van het huidige kabinet.
In de notitie Kunst van leven, hoofdlijnen cultuurbeleid (2007) van de minister van OCW, Ronald Plasterk, speelt cultuureducatie ook een belangrijke rol. Met name in de beleidsplannen voor cultuurparticipatie en talentontwikkeling. Cultuur en School behoudt na 2008 haar prominente plaats.
Landelijke projecten
Het Rijk subsidieert tot 2009 de landelijke ondersteuningsstructuur voor de
amateurkunst en grootschalige projecten als Actieplan
Cultuurbereik en Cultuur en
School. De doelstelling van Actieplan Cultuurbereik is om meer
mensen, als toeschouwer én als deelnemer, in contact te brengen met cultuur.
Het project Cultuur en School tracht cultuureducatie een vaste plaats te geven
in het onderwijs. In beide projecten werkt het ministerie van OCW samen met de
provincies en dertig grote gemeenten. Vanaf 2009 volgt het Fonds voor Cultuurparticipatie het Actieplan Cultuurbereik
op. Het richt zich op de terreinen amateurkunst, cultuureducatie en
volkscultuur, alsmede op de doelstellingen vernieuwing, diversiteit en
verankering. Soest zal via de provincie Utrecht waar mogelijk een beroep op dit
fonds gaan doen.
4.3 Provincie
Naast de landelijke afspraken, zoals vastgelegd in de cultuurconvenanten,
voeren de provincies een eigen cultuurbeleid. Het provinciale
cultuureducatiebeleid is hoofdzakelijk gericht op ondersteuning van de regionale
culturele infrastructuur. De provincies begeleiden en subsidiëren de
provinciale instellingen voor kunst en cultuur zoals Kunst Centraal en
Landschap Erfgoed Utrecht.
Cultuureducatie speerpunt
In de meeste provinciale plannen voor 2005-2008 was cultuureducatie één van de
speerpunten van het beleid. Provincies beschouwen cultuureducatie als een
belangrijk instrument om kunst en cultuur toegankelijk te maken voor een brede
laag van de bevolking. Ook levert cultuureducatie een bijdrage aan sociaal
beleid, zoals het bevorderen van volwaardige deelname aan de samenleving.
In de huidige Cultuurnota 2009-2012[3] onderscheidt de provincie Utrecht drie beleidsprogramma’s. Soest zal waar mogelijk een beroep gaan doen op de bijhorende subsidiemogelijkheden:
· Programma Utrechtse Schatkamer. Doel: cultuurhistorische schatten beter beleefbaar en toegankelijk maken voor een breed publiek. Onder schatten worden niet alleen documenten, voorwerpen en afbeeldingen in musea en archieven bedoeld. Ook gebouwen en structuren in het landschap, als ook tradities, gebruiken en verhalen in de provincie worden bedoeld.
· Programma Cultuur en Economie. Doel: het stimuleren van een creatief klimaat in de Utrechtse regio en het beter benutten van de kracht van de culturele sector voor economische bedrijvigheid. Het programma richt zich op gemeenten, creatieve bedrijven, culturele instellingen, midden/kleinbedrijf, onderwijsinstellingen, afgestudeerden van vakopleidingen, en het reguliere bedrijfsleven.
· Programma Cultuur en Ruimte. Doel: het slagvaardig samenwerken aan kwaliteit en duurzaamheid van de Utrechtse leefomgeving waarbij cultureel erfgoed behouden wordt. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor cultuurhistorie, beeldende kunst en vormgeving. Het streven is dat de verschillende functies in het landelijk gebied zoals landbouw, natuurbeheer, cultuurhistorie en recreatie en toerisme in onderlinge harmonie hun bijdrage leveren. Het programma moet nog nader worden uitgewerkt. Het bestaande provinciale Actieprogramma Vitaal Platteland, en de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) zijn hiervoor bouwstenen.
Jeugd en jongeren vormen samen een belangrijke doelgroep voor het provinciale beleid. De provincie zet zich in om de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en culturele instellingen te versterken. Cultuureducatie moet zowel binnenschools als buitenschools een sterke en structurele positie verwerven. De doelstelling van de provincie voor podiumkunsten is een zo divers en groot mogelijk deel van de bevolking kennis laten maken met kwalitatief goede en verscheiden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen op het gebied van (jeugd/jongeren)theater, dans, muziek en film. Op het samenbrengen van vraag en aanbod. En een extra accent op talentontwikkeling en innovatie.
4.4 Gemeente
Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om deelname aan kunst en cultuur voor
alle burgers mogelijk te maken. Gemeenten creëren randvoorwaarden voor deelname
aan cultuur, zowel actief als receptief. Op grond van de Wet op het specifiek
cultuurbeleid hebben de gemeenten tot taak om die voorzieningen te financieren
die zij voor hun culturele infrastructuur noodzakelijk achten. De eigen
beleidsruimte is daarin groot. De gemeenten bepalen zelf hoe groot de ambitie
op cultureel gebied is. Het kan daarbij aansluiten op provinciaal en landelijk
beleid.
Ringenmodel
Om gemeenten houvast te geven bij het formuleren van cultuurbeleid, is een
zogenaamd ringenmodel ontwikkeld. Dit model deelt de culturele voorzieningen en
het bijbehorend cultuurbeleid op in drie ringen, gerelateerd aan het
inwonersaantal. Zie voor het Ringenmodel het schema zoals weergegeven in figuur
1. In hoofdstuk 9.1 komt het lokale voorzieningenniveau aan bod.
De mogelijke rollen die de gemeente daarbij op zich kan nemen zijn
divers en afhankelijk van het onderwerp. Voorop staat dat hoe dan ook de
samenwerking tussen gemeente en het culturele veld onontbeerlijk is: het samen doen. De gemeente en culturele
organisaties zijn elkaars partner, en niet partijen die tegenover elkaar staan.
Gemeenschappelijke doelen levert door krachtenbundeling voor iedereen het
meeste op. Het is zaak dat wij als gemeente onze ambities duidelijk omschrijven
en het culturele veld uitdagen bij te dragen aan de gemeentelijke
doelstellingen. Wij moeten daarin een duidelijke rol kiezen. Mogelijke rollen
van de gemeente zijn: initiator; facilitator; stimulator; beslisser; en/of
entrepreneur. In de laatst genoemde rol is de gemeente op zoek naar verbetering
en vernieuwing en zet daartoe acties in gang. Brengt partijen bij elkaar en
verdeelt taken.
In deze nota zal bij elke beleidsvoornemen de rol van de gemeente nader worden aangeduid.
5.
Relevante gemeentelijke nota’s op andere beleidsterreinen
In de volgende nota’s raakt cultuurbeleid aan sociaal-economisch-, toeristisch en vrijwilligersbeleid:
· Sociaal economisch beleidsplan 2008-1015, Soest … groei in balans
·
Nota verblijfsrecreatie gemeente Soest, oktober
2008
·
Toeristisch-recreatieve Visie. Toeristisch
Platform, oktober 2008
·
Nota
Vrijwilligersbeleid
·
Beleidsplan
WMO Soest 2008-2011
In bijlage 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud
van genoemde relevante nota’s.
6. Trends
en ontwikkelingen
De onderstaande opsomming geeft een indruk van
trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de vraag en het aanbod op
cultureel gebied maar is niet uitputtend:
6.1 Effect cultuur op economie
Cultuur en
creativiteit zijn van groot belang voor de moderne kenniseconomie. In 2005
werkten er
meer dan 230.000 mensen in de creatieve sector. De groei van de
werkgelegenheid
is er bovendien bovengemiddeld. Naar internationale maatstaven is in
Nederland
creatief talent volop aanwezig. Een behoorlijk cultureel voorzieningenniveau
heeft ook
indirecte economische effecten: het draagt bij aan de aantrekkelijkheid van
steden
voor
toeristen en voor de (toekomstige) creatieve klasse als managers, ingenieurs,
ondernemers
en professionals. Op die manier draagt cultuur bij aan economische groei en
werkgelegenheid.
Uit de effectrapportage voor Utrecht Culturele Hoofdstad van Europa[4]
blijkt dat
hieruit met name veel positieve economische effecten worden verwacht op
werkgelegenheid
en vastgoedwaarde.
6.2
Cultuurparticipatie landelijk[5]
Volgens
Kunstfactor (Sectorinstituut voor de Amateurkunst) [6] nemen
landelijk 5,5 miljoen mensen van
6 jaar en
ouder aan één of meer vormen van amateurkunst deel. Het gaat daarbij vooral om
de disciplines audiovisuele- en beeldende kunst, direct gevolgd door dans en in
mindere mate om schrijven en theater. Bijna een kwart van alle amateurkunst
wordt beoefend door jongeren van 6 t/m 14 jaar, het overgrote deel van de
beoefenaars is dus de leeftijdsgroep 15 t/m ca. 80 jaar. Jongeren kiezen vooral
voor muziek, gevolgd door dans, beeldende kunst en audiovisueel, en in mindere
mate voor theater en schrijven. Er treedt een verschuiving op van discipline op
latere leeftijd. Waar jongeren eerst zich vooral bezig houden met muziek en
dans, wordt dat minder als men volwassen wordt maar de disciplines audiovisueel
en beeldende kunst vinden daarentegen meer aftrek.
Het
aandeel in de bezoekersaantallen voor het gesubsidieerde aanbod (amateur- en
professioneel) is landelijk van 18% in 2002 teruggelopen naar 11% in 2005. Dat
is uiteraard een gemiddelde. De gemiddelde terugloop in cultuurafname is
duidelijk te zien in het aandeel Nederlanders dat wel eens een boek leest. Dat
is van 48% in 1980 naar 31% gedaald in 2000. Kort gezegd, de belangstelling
voor traditionele kunsten lijkt stil te staan, die voor populaire muziek is
sterk in opkomst. Nieuw is de zogenaamde ‘lifestyle cultuur’ en de aandacht
voor het gebruiksgemak: cultuur wordt meer een ‘commodity’ en ‘bite-sized’
aangeboden. Cultuur gaat steeds meer het gebouw uit, en presenteert zich op
andere plekken en op andere manieren. Er ontstaan nieuwe vormen van cultuur en
(mede daardoor) neemt het aanbod toe. Landelijk is de trend méér festivals,
méér zomerprogrammering en meer losse en speciale momenten. Ongeveer 5% van de
autochtone bevolking maakt nooit gebruik van het reguliere culturele aanbod.
Het cultuurbereik onder inwoners met een niet-westerse afkomst is veel lager:
bijna 25% is er niet mee bekend. [7]
Het
gemiddelde opleidingsniveau van Nederlanders is toegenomen maar de
cultuurdeelname is niet evenredig gegroeid.
6.3 Ruimtelijke kwaliteit
Culturele
planologie is de verzamelnaam voor acties vanuit het cultuurbeleid op de
profiteren
van de lokale geschiedenis van gebouwen, steden en landschappen. Ook kunnen
ruimtelijke
ontwerpopgaven cultureel worden verrijkt door het versterken van de inbreng
van
architectuur, cultuurhistorie en kunsten. De laatste tijd treden provincies bij
ruimtelijke ontwikkelingen steeds meer stimulerend en sturend op en nemen
daarbij cultuurhistorie en (de mede
daardoor
bepaalde) belevingskwaliteit als uitgangspunt.
6.4 Professionalisering en verzakelijking
De
culturele sector kenmerkt zich de laatste jaren door een toenemende
professionalisering
en verzakelijking. In opdracht van de rijksoverheid bogen verschillende
die het
kader vormt voor goed, verantwoord en transparant bestuur en toezicht in de
culturele
sector. De code is ontstaan uit het besef dat met goed bestuur betere
resultaten
worden
geboekt, zowel artistiek als zakelijk. De Commissie Cultuurprofijt pleit in
haar
advies Meer
Draagvlak voor Cultuur[8] nadrukkelijk
voor het professionaliseren van cultureel
ondernemerschap
en draagt hiervoor een set beleidsinstrumenten aan. Dit betreft onder meer
het maken
van afspraken over eigen inkomsten, het opbouwen van eigen vermogen, het
vergroten
van eigen inkomsten uit niet-publieke gelden, het opbouwen van strategische
allianties
(met onder meer de publieke omroep) en het oprichten van een publiekprivate
investeringsmaatschappij.
6.5 Diversiteit en beleving
Met de
term diversiteit wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de pluriformiteit van
de
huidige
samenleving. Het gaat niet alleen om bevolkingsgroepen met (in het verleden)
een
andere
etnische of culturele achtergrond, maar om de grote verscheidenheid van
achtergrond,
educatie, interesse en betrokkenheid van mensen. Deze diversiteit vraagt om
een goed
beeld van de doelgroep en een gerichte benadering van die doelgroep, ook binnen
de
cultuursector. In het dagelijks leven en in het bijzonder in de vrije tijd is
de
belevingscomponent
enorm toegenomen.
6.6
Demografische ontwikkelingen gemeente Soest
De Soester bevolking vergrijst langzaam. Het percentage jeugd in onze gemeente daalt licht (ontgroening). Het aandeel van de bevolkingsgroep 30 t/m 44 jaar neemt relatief gezien sterk af. Daarentegen neemt het aandeel ouderen toe (vergrijzing). De gemeente Soest wordt langzaam ouder (en grijzer). De verwachting is dat in de toekomst 1 op de 3 inwoners van onze gemeente 55 jaar of ouder is.
6.7 Vrije tijd
De hoeveelheid vrije tijd is weliswaar in de afgelopen decennia
gemiddeld per persoon toegenomen, de druk op de vrije tijd is tegelijkertijd
óók verhoogd. Zo is er een stijgende arbeidsparticipatie, vooral in deeltijd
bij vrouwen. Daardoor is er meer druk op de vrije tijd gekomen. En er vinden
gemiddeld meer activiteiten plaats in de vrije tijd. Een toename van
concurrerend aanbod zoals pretparken, skihellingen, koopzondagen e.d. maakt
bovendien de keuzevrijheid in aanbod groter.[9]
Volgens het Centraal Planbureau[10] is de koopkracht in de afgelopen tien jaar per huishouden gemiddeld gestegen met 0,64% ten opzichte van het jaar ervoor (in de periode 1999-2008). Behalve in de jaren 2003, 2005 en 2008, in die jaren is de gemiddelde koopkracht per huishouden gedaald of gelijk gebleven vergeleken met het jaar ervoor. De meeste recente voorspelling van het CPB is voor 2 jaar, voor 2009 en 2010: een gemiddelde stijging van koopkracht per huishouden van 1,75% en respectievelijk 0,25%.
7. Aanbevelingen in de Nota ‘Het Soester
Cultureel Peil 2008’
Aanbevelingen
‘’Het Soester Cultureel Peil”
In september 2008 heeft het platform het
gemeentebestuur aanbevelingen gedaan in de vorm van een nota (zie bijlage
3). Daartoe heeft het platform in 2007
en 2008 de eigen achterban geraadpleegd, ruim honderd deelnemers. De
hoofdpunten uit deze nota:
In de beleving van het platform is een onafhankelijk advies over de technische staat van culturele accommodaties gewenst. Het platform draagt een aantal verbeteringen aan die variëren van het aanbrengen van een tochtsluis tot het bevorderen een betere toegankelijkheid van gebouwen e.d. Daarnaast zou er behoefte zijn aan betaalbare atelierruimte en expositieruimte voor aankomende en gevestigde kunstenaars, bij voorkeur in een verzamelgebouw. En voor optredens en uitvoeringen wordt een uitbreiding van betaalbare en geschikte locaties noodzakelijk geacht met aandacht voor akoestiek, podiumverlichting, verwarming e.d. Zo is de raadszaal geschikt te maken voor feestelijke uitvoeringen, door het verbeteren van de akoestiek en het plaatsen van een piano e.d.
Gemeentelijke reactie:
In het nieuwe
gemeentelijke cultuurbeleid zullen wij open blijven staan voor aanvragen om
investeringssubsidie ter verbetering van culturele accommodaties. Hetzelfde
geldt voor verzoeken aan de gemeente om gebouwen te herbestemmen voor culturele
functies zoals tentoonstellingsruimte en atelierruimte.
Subsidiemogelijkheden en ondersteuning door de gemeente
De deelnemers aan het platform verwachten van de gemeente een aanjagend cultuurbeleid met duidelijke prioriteiten. Het culturele veld zou niet voldoende op de hoogte zijn van de subsidiemogelijkheden bij de gemeente.
Volgens het platform is meer financiële en structurele ondersteuning voor bestaande culturele activiteiten van gemeente gewenst, als ook voor nieuwe initiatieven. Verder wordt door het platform aangeraden de ‘1%-regeling beeldende kunst in de openbare ruimte’ voort te zetten. Recent is door de gemeenteraad besloten de bestaande kunstcommissie op te heffen.
Gemeentelijke reactie:
Alle informatie over subsidies is op de gemeentelijke website te vinden. Wij zien het als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. De gemeente moet ervoor zorgen dat de gegeven informatie helder is, en het culturele veld kan zich meer actief opstellen in het zoeken naar informatie.
Bestaande gemeentelijke budgetten voor incidentele subsidies worden door het culturele veld niet volledig benut. Zo is in 2008 slechts de helft van het budget voor incidentele subsidie bestemd voor culturele activiteiten en evenementen, aangevraagd (en uitgegeven).
Bij grote gemeentelijke bouwprojecten zal telkens overwogen worden 1% van het bedrag dat nodig voor het bouw- en woningrijp maken van de grond, beschikbaar te laten komen voor nieuwe opdrachten voor beeldenden kunst in de openbare ruimte. Een adhoc in te stellen kunstcommissie zal de opdrachtverlening begeleiden.
Het advies van het platform om een structureel calamiteitenfonds (garantstelling) in te stellen, hebben wij als één van de maatregelen in het nieuwe gemeentelijk cultuurbeleid overgenomen.
Het is de deelnemers aan het platform niet altijd duidelijk
wat de rolverdeling tussen de cultuurambtenaar van de gemeente- de
cultuurconsulent van het CultuurPunt Soest- de ambtenaar met portefeuille
Kunst- stichting Cultuurplatform Soest- stichting Cultuurfestival Soest- en de
VVV Soest, is. Ook wordt een grotere rol
van de cultuurconsulent bij de bijeenkomst voor nieuwkomers van de gemeente
gewenst.
Gemeentelijke reactie:
Bovenstaande constatering over de onduidelijke rolverdeling
tussen verschillende partijen wordt door de gemeente enigszins herkend. Het
zwaartepunt van deze onduidelijkheid is vermoedelijk vooral gelegen in de
rolverdeling tussen cultuurconsulent en Cultuurplatform Soest. Dat de
ambtenaren van de gemeente zich alleen met beleid bezig houden, en niet met de
uitvoering van activiteiten, is vrij makkelijk uit te leggen. Lastiger ligt het
bij de rolverdeling van de cultuurconsulent en Cultuurplatform Soest. In
hoofdstuk 13 en 14 van onderliggend document is dit onderwerp onderdeel van
nieuw gemeentelijk cultuurbeleid.
Volgens de deelnemers van het platform is het voor het culturele veld in het algemeen lastig aanwas van nieuwe leden te realiseren (vooral jonge leden). Er liggen volgens hen kansen om nog meer nadruk in het gemeentebeleid te leggen teneinde jongeren te bereiken.
Gemeentelijke reactie:
Bovengenoemde aanbeveling is als onderdeel van doelgroepenbeleid in het nieuwe gemeentelijke cultuurbeleid overgenomen.
Aanbevolen wordt de criteria gemeentelijke Cultuur- en Publieksprijs te heroverwegen.
Gemeentelijke reactie:
Dit onderwerp komt als onderdeel van specifiek doelgroepenbeleid in het nieuwe gemeentelijke cultuurbeleid terug.
Er wordt door het platform meer aandacht gevraagd voor het
historisch erfgoed in de gemeente en het realiseren van nieuwe
samenwerkingsvormen bijv. tussen de Historische Vereniging en VVV Soest .
Gemeentelijke reactie:
Het onderwerp ‘cultureel erfgoed’ maakt inmiddels structureel deel uit van cultuureducatie in het primair onderwijs, oftewel het cultuurprogramma onder schooltijd. Het stimuleren van cultuurtoerisme was al in diverse gemeentelijke beleidsnota’s als speerpunt benoemd (zie hoofdstuk 5) maar is nu ook als maatregel in het nieuwe gemeentelijke cultuurbeleid opgenomen.
Eigen voornemens culturele veld
· Flyer/brochure maken voor een toekomstige Soester atelierroute (inmiddels met behulp van o.a. gemeentelijk subsidie voor ‘Kunstlint in de Lente’ in 2008 gerealiseerd).
· Het Cultuurplatform wil een denktank voor kunstpromotie oprichten.
· Het culturele veld heeft het voornemen zelf stappen te doen richting cultureel ondernemerschap.
· Het Cultuurplatform wil de communicatie richting de eigen achterban verbeteren.
8. Uitgangspunten lokaal cultuurbeleid: visie &
missie
8.1
Kader voor visie&missie cultuurbeleid
Wij hopen met ons kunst- en cultuurbeleid dat
inwoners en bezoekers meer “in contact met cultuur” worden gebracht. Cultuur
draagt ertoe bij dat mensen een bepaalde plaats verkiezen boven een andere, om
te wonen, te recreëren of een bedrijf te vestigen. Kunst- en cultuurbeleid
beperken zich dus niet tot kunst om dé kunst, maar beïnvloeden in belangrijke
mate zaken als economie, toerisme, recreatie, onderwijs etc. Het is van groot
belang dat inwoners en recreanten zich thuis voelen in de plaats/gemeente waar
zij wonen, recreëren. Daarom willen wij ons sterk maken voor het ontwikkelen en
in stand houden van culturele waarden. Wat nu gesloten is of lijkt, willen we
toegankelijk maken. De historie van cultureel erfgoed zoals monumenten en
landschap, tot leven brengen. Mogelijkheden aanbieden om actief of passief aan
diverse vormen van cultuur mee te doen en een podium te maken waar alle
facetten van kunst en cultuur zich kunnen manifesteren. Het beleven van kunst
en cultuur is eigenlijk een reis door de tijd, door verleden, heden en
toekomst. De ene keer prikkelend tot nadenken, de andere keer momenten van
troost en ontspanning, van plezier, bewondering en schoonheid biedend. De gemeente dient zich niet inhoudelijk
met kunst – en cultuur te bemoeien door een strak gemeentelijk beleid. Een te
strakke regie leidt al snel tot vervlakking en het niet durven nemen van
risico’s. Het publiek (de bevolking) bepaalt in het democratisch
besluitvormingsproces mede het gemeentelijk beleid. Immers cultuuraanbod wat
aansluit bij de behoefte floreert. De rol van de gemeente is die voorwaarden te
scheppen waardoor kunst en cultuur kan (blijven) floreren en
cultuurparticipatie toeneemt. Het gaat dan niet zozeer om subsidies of
regelgeving, maar om onze medewerking en partnerschap met het culturele veld.
De vrijheid, de ruimte en de rust die de gemeente biedt kan leiden tot een
broedplaats voor kunst en cultuur. Daar staat natuurlijk iets tegenover. Wij
vragen cultureel ondernemerschap van het veld en daarmee bij te dragen
aan de gemeentelijke doelstellingen. Dat vereist dat men rekening houdt met
trends in consumentengedrag oftewel inzicht in de behoefte van de consument, en
inzicht in de omvang van doelgroepen. Ook afstemming en samenwerking binnen het
culturele veld zelf zijn noodzakelijk. Niet minder belangrijk is het zoeken
naar afstemming onderling en naar nieuwe samenwerkingsvormen bijvoorbeeld met
het bedrijfsleven binnen de recreatieve en toeristische sector. Slim ondernemerschap
vereist naast creativiteit dus ook zakelijkheid. Wij zullen het cultureel
ondernemerschap ondersteunen. Bijvoorbeeld in het subsidiëren van
deskundigheidsbevordering aan bijvoorbeeld vrijwilligers in het culturele veld.
Zoals cursussen over het bouwen van een
website en het voeren van een goede PR. Het culturele veld leunt immers sterk
op de inzet van vele vrijwilligers. Ook professionals in de lokale culturele
sector zijn gebaat bij een verdere professionalisering.
|
Lokale kunst, cultuur en cultureel erfgoed
zorgen voor een levendige culturele gemeente. Inspiratie, beleving,
individuele ontplooiing, overdracht van waarden en tradities,
cultuurdeelname, talentontwikkeling, economische impulsen, een actief
verenigingsleven, leefbaarheid en sociale samenhang, en zoveel meer: de
gemeente Soest voert een actief cultuurbeleid dat erop is gericht jong en oud
in contact te brengen (en te houden) met kunst en cultuur. |
Uit deze missie volgt de volgende Visie:
|
De gemeente Soest vindt dat cultuur een
belangrijke bijdrage levert aan een aantrekkelijk woon- en verblijfklimaat in
Soest en Soesterberg. Het belang van cultuur voor de samenleving is dat het
mensen ontwikkelt én samenbindt. Iedereen moet de kans en gelegenheid krijgen
te participeren. Daarom benoemt de gemeente speciale doelgroepen die nu op
het gebied van cultuurparticipatie een achterstand kennen. Het is geen gemeentelijke taak uitvoerend
bezig te zijn en zelf culturele activiteiten te organiseren, noch met de
operationele inhoud ervan zich bezig te houden. Dat is aan het culturele veld
zelf en daarin hebben wij vertrouwen. Wij willen investeren in behoud en
uitbouw van de lokale culturele infrastructuur. Concreet betekent dit
ondersteuning van het culturele veld bij haar culturele ondernemerschap. Wij
werken mee aan een gunstig cultureel klimaat. |
Op basis van de bovenstaande missie en visie
is het centrale thema in het cultuurbeleid van de gemeente ‘Cultureel
ondernemerschap is een belangrijke voorwaarde voor meer cultuurparticipatie’,
of anders gezegd:
|
Cultureel ondernemerschap als middel stimuleren
om te komen tot meer maatschappelijk draagvlak voor cultuur
(cultuurparticipatie). |
8.2 Wat is cultureel ondernemerschap eigenlijk?
Kenmerken cultureel ondernemerschap:
-
De economische kracht en zelfstandigheid van kunstenaars en culturele
instellingen e.d. bevorderen door het stimuleren van de ondernemersgeest.
-
Het overbruggen van verschillen tussen gesubsidieerde en
niet-gesubsidieerde instellingen
-
Bevorderen van cultuur als economische factor.
-
Instellingen/verenigingen beter toerusten op de maatschappij van vandaag
-
Versterken eigen inkomsten
-
Creëren van draagvlak voor cultuur
Kort
gezegd heeft het te maken met 2 belangrijke aspecten namelijk inkomsten genereren en publieksbereik. Uit wetenschappelijk
onderzoek is gebleken dat veel instellingen, verenigingen etc. een nog grotere
voortgang kunnen boeken met de eigen inkomsten. En het bereik van kunst- en
cultuur onder allochtonen, lagere inkomensklassen en jongeren is relatief laag.
Onze
gemeente wordt gekenmerkt door een gevarieerd en uitgebreid verenigingsleven
naast het aanbod van allerlei grotere en kleinere gesubsidieerde en
niet-gesubsidieerde instellingen, zowel professioneel als amateurkunst, zowel
georganiseerd als niet-georganiseerd. Voor alle aanbieders is cultureel
ondernemerschap relevant. Ook amateurkunstbeoefening kan alleen voortbestaan
als het (zij het op beperkte schaal) aan cultureel ondernemerschap doet, ook
daar is een sluitende begroting nodig.
Het is
daarom van belang samen met het culturele veld de voorwaarden voor cultureel
ondernemerschap te benoemen. Wat is nodig voor cultureel ondernemerschap? (niet
uitputtend)
1. samenwerking binnen het
cultureel veld (voordeel: uitwisseling kennis en ervaring, het opdoen van
nieuwe ideeën, zo mogelijk delen van elkaars faciliteiten);
2. goede accommodaties bijv.
voor uitvoeringen (goede akoestiek; verwarmd in winter; aansprekende en
betaalbare locatie voor uitvoering; tentoonstellingsruimte; betaalbare
atelierruimte etc.)
3. financieel gezonde
organisatie (het opbouwen van een risicoreserve en eigen vermogen om
‘speelruimte’ te hebben voor cultureel ondernemerschap en met aanbod te kunnen
experimenteren, gemeentelijk calamiteitenfonds, gemeentelijk
huurcompensatiefonds etc.).
4. vasthouden van de eigen
vrijwilligers, de spil van veel cultureel organisaties (ondersteuning
vrijwilligers; waardering en erkenning etc..
5. verregaande
professionalisering (kwalitatief aanbod etc)
6. publieksbereik vergroten
en zodoende inkomsten te genereren als ook maatschappelijk draagvlak voor het
eigen aanbod (voorwaarden als goede PR; herkenbaarheid aanbieder;
bereikbaarheid; aansluiten bij vraag; gezamenlijke brochure kunst- en
cultuuraanbod etc.)
7. zo min mogelijk
administratieve rompslomp en bureaucratie (herijking subsidiesystematiek
gemeente etc).
8. etc.
9. Doelstellingen van toekomstig cultuurbeleid
9.1
Gewenste voorzieningenniveau: culturele
infrastructuur
Volgens het zogenaamde ‘ringenmodel van Wijn’[11] heeft iedere gemeente tenminste de volgende basisvoorzieningen (zie figuur 1):
· Incidentele filmvertoningen (discipline film);
· lokale radio-omroep en een openbare bibliotheek (discipline media en letteren);
· monumenten, een oudheidskamer, archieven en archeologie (discipline cultureel erfgoed);
· architectuur, vormgeving openbare ruimte en tentoonstellingsruimte (discipline beeldende kunst en bouwkunst);
· cultuureducatie in het primair- en voortgezet onderwijs (discipline amateurkunst en kunsteducatie);
· uitvoeringen voor de jeugd, kamermuziek en oefenruimten (discipline podiumkunsten).
In onze gemeente zijn bovenstaande culturele basisvoorzieningen aanwezig, behalve tentoonstellingsruimte van formaat (er zijn wel kleinere tentoonstellingsruimten). Ook op het terrein van cultuureducatie onder de jeugd liggen kansen voor gemeentelijk cultuurbeleid.
Middelgrote gemeenten (30.0000 tot 90.000 inwoners) hebben gewoonlijk naast de bovenstaande basisvoorzieningen tenminste:
Geconstateerd kan worden dat ook de bovenstaande voorzieningen grotendeels in onze gemeente aanwezig zijn. Daarmee komt de situatie in onze gemeente behoorlijk overeen met het ringenmodel aan gebruikelijke culturele voorzieningen. Zo vertonen Stichting Idea en Vereniging Artishock op structurele basis films. En zijn in het gebouw van Stichting Idea de bibliotheek, de kunstuitleen, het theater, het centrum voor kunsteducatie en het CultuurPunt Soest ondergebracht. De lokale muziekschool maakt ook deel uit van de lokale kunsteducatie. Artishock heeft een jazz/poppodium en ook in het theater van Idea vinden activiteiten op dit terrein plaats. Naast de bibliotheek bestaat de Stichting Literaire Activiteiten (SLAS) die een scala van literaire activiteiten coördineert. Lokaal is er een aankoopfonds voor nieuwe beeldende kunst maar deze is onvoldoende gevuld. Hetzelfde geldt voor het onderhoudsfonds voor kunst in de openbare ruimte. Er vindt nauwelijks regulier onderhoud aan kunstwerken plaatst als gevolg van een ontoereikend budget. Herstel vindt voornamelijk alleen ad hoc plaats, vaak na een schademelding. Op het terrein van beeldende kunst liggen dus –op basis van het ringenmodel- kansen voor gemeentelijk cultuurbeleid.
9.2
Subthema Cultuurparticipatie bevorderen
|
Doelstelling: Het bevorderen
van cultuurparticipatie van inwoners en bezoekers van de gemeente. Verwachte resultaat: Inwoners en
bezoekers van de gemeente hebben gelijke toegang tot aanbod op het gebied van
kunst- en cultuur. Beoogd maatschappelijk effect: Inwoners en bezoekers van de gemeente
ervaren de lokale culturele omgeving als een levendig en prettig
verblijfklimaat, en doen mee aan kunst- en cultuur. Rol gemeente: De gemeente heeft de rol van
stimulator/beslisser via haar subsidiebeleid en benoemt specifieke (nieuwe)
doelgroepen en stimuleert innovatie en vernieuwing van het aanbod. Ook heeft
de gemeente de rol van facilitator (ruimte, apparatuur etc. ter beschikking
stellen aan het culturele veld). Rol culturele veld: |
|
Maatregel: ·
In de
subsidievoorwaarden (beschikkingen) worden kengetallen t.a.v. de te bereiken
specifieke doelgroepen benoemd. ·
Jaar-
of activiteitenverslagen van de subsidieontvangers. ·
Het
Jeugdcultuurfonds levert kengetallen aan (aantal aanvragen; aantal kinderen;
leeftijd; aantal gehonoreerde en niet-gehonoreerde aanmeldingen e.d.). Financiële
consequentie: ·
Huidige
budgetten voor structurele subsidies voor professionele- en
amateurkunstbeoefening instandhouden ·
Huidige
budget voor incidentele subsidies voor culturele samenwerkingsprojecten
jaarlijks instandhouden (budget Stimulering culturele activiteiten) ·
Huidige
budget Maatschappelijke cultureel belang vanaf
2010 halveren tot € 15.000,- per jaar.
Dit budget blijvend bestemmen voor incidentele subsidies voor lokale
culturele activiteiten en evenementen. ·
De
andere helft van het budget Maatschappelijke
cultureel belang ad € 15.000,-
inzetten als nieuwe subsidie specifiek voor verder uitbouw van voor- en
naschools cultureel aanbod in wijken (zie hoofdstuk Cultuureducatie in het
onderwijs). Jaarlijks reserveren ·
Van het
huidige budget 'Samenwerking
onderwijs en organisaties’ van totaal € 30.000,- jaarlijks een deel inzetten
voor het Cultuurprogramma in het PO: € 24.000,- in 2010 e.v. (zie hoofdstuk
Cultuureducatie in het onderwijs) ·
Soestvrijstaal
voortzetten na 2009: jaarlijks € 18.000,- voor maximaal 3 jaar. ·
Instellen
van een nieuw cultuurgarantiefonds voor experimenteren met nieuw aanbod ad € 10.000,- per
jaar. Dit fonds instellen als pilot voor 2 jaar (2010 en 2011) en daarna
evalueren over evt. voorzetting. ·
Voornemen
het Jeugdcultuurfonds Soest o.b.v. evaluatie (begin 2010) voor te zetten:
jaarlijks minimaal € 16.500,- vanaf 2010 e.v. het zelfde geldt voor de
naschoolse culturele activiteiten in Smitsveen: jaarlijks minimaal € 18.000,-
(beide inzet Aboutalebgelden) Specifieke acties gemeente en tijdspad: In 2009: -
bekendmaken
van het Jeugdcultuurfonds Soest. Evaluatie begin 2010. -
uitwerken voorwaarden 100-stoelenregeling In 2010: -
uitwerken
voorwaarden subsidie uitbouw voor- en naschools cultureel aanbod -
uitwerken voorwaarden cultuurgarantiefonds voor 2 jaar (2010 en 2011). Evaluatie
eind 2011. |
9.3 Subthema Nieuwe samenwerkingvormen stimuleren op cultureel gebied (cultuurtoerisme)
Onze gemeente zal het
(nieuwe) nationale Defensiemuseum op haar grondgebied krijgen. Feitelijk gaat
het om de samenvoeging van het Legermuseum (nu in Delft) en het Militaire
Luchtvaart Museum Soesterberg. Beide musea zullen daartoe verplaatst worden
naar het terrein van de vliegbasis Soesterberg. De planvorming voor een
gezamenlijke huisvesting van beide musea wordt momenteel ontwikkeld en maakt
deel uit van het totale plan voor de herinrichting van de vliegbasis
Soesterberg.
Museum Oud Soest is
gehuisvest in het St. Jozefgebouw in Soest.
|
Doelstelling: Het bevorderen van recreatie en toerisme op het gebied van cultuur, kunst en erfgoed. Verwacht
resultaat: Beoogd
maatschappelijk effect: De gemeente Soest bouwt een positief imago op bij eigen inwoners en in de regio als het gaat om recreatie en toerisme op het gebied van cultuur, kunst en erfgoed. Rol
gemeente: Facilitator die de vergaderingen van het Toeristisch Platform ondersteunt (indien gewenst). Als beslisser door de voorgenomen doelstellingen en bijhorende acties en projecten van het Toeristisch Platform inhoudelijk te onderschrijven en in de toekomst eventuele financiële consequenties hiervan voor de gemeente in overweging te nemen. Rol
cultureel veld: Het culturele veld zorgt ervoor dat bij het Toeristisch Platform haar belangen bekend zijn, via het Cultuurplatform Soest. |
|
Maatregel: Aan het Toeristisch Platform voorstellen de cultuurambtenaar namens de gemeente aan één van haar werkgroepen deel te laten nemen (in de rol van meedenken). Meetinstrumenten: O.a. Toename van het aantal cultureel arrangementen die horeca cq. recreatieondernemers i.s.m. met het culturele veld ontwikkelen. Financiële
consequenties: Acties
en tijdspad: T/m
2014 |
9.4 Subthema Cultuurhistorische schatten
ontsluiten
|
Doelstelling: Toegankelijkheid bevorderen van de collectie
van Museum Oud Soest waaronder historische bronnen en materialen. Verwachte resultaat: Beoogd maatschappelijk effect: Het grote publiek maakt digitaal kennis met
erfgoed en weet het te waarderen. Rol gemeente: Initiator door als gemeente in gesprek te gaan met Museum Oud Soest en de provincie. De gemeente gaat een inspanningsverplichting aan voor het initiëren van een verkennend gesprek. Rol culturele veld: Museum Oud Soest is bereid na te denken over de mogelijkheid van digitale toegankelijkheid van haar collectie. |
|
Maatregel: Financiële
consequentie: Actie en tijdspad: 2010-2014 |
9.5
Subthema Goede huisvesting van
culturele functies bevorderen
|
Doelstelling: · Meer gebouwen met culturele functies zijn in een redelijk/goede bouwtechnische staat. · Meer (delen van) leegstaande gebouwen krijgen bij herbestemming een culturele functie (bijv. tentoonstellingsruimte; atelierruimte). Beoogd maatschappelijk effect: Rol gemeente: Beslisser als het gaat om evt. toekenning
investeringsubsidie t.b.v. verbetering accommodaties. Beslisser en/of
stimulator als het gaat om herbestemming van (delen van) gebouwen. Stimulator
als het gaat om de uitvoering van de Regeling Huurcompensatie (betaalbare
locaties voor optredens). Rol culturele veld: Als culturele ondernemers gelden voor
investeringen aan gebouwen (of omstandigheden in gebouwen verbeteren zoals
geluidsapparatuur e.d.) niet alleen bij gemeente aanvragen maar ook bij
derden zoals fondsen, bedrijfsleven e.d. |
|
Maatregel: ·
In de
afweging om leegstaande gebouwen (of delen daarvan) te herbestemmen wordt een
culturele functie (atelierruimte; tentoonstellingsruimte e.d.) als nieuwe
bestemming meegenomen. De gemeente heeft hierin een proactieve opstelling. ·
De
Regeling Huurcompensatiefonds in 2009 inhoudelijk verder uitwerken en in
overleg treden met uitbaters over het toepassen van huurdifferentiatie. Financiële
consequentie: Actie en tijdspad: 2010-2014 |
10. Cultuureducatie in het
onderwijs
“Culturele vorming is meer dan ooit van
belang, nu kinderen en jongeren opgroeien in een maatschappij die zich kenmerkt
door enerzijds een culturele overvloed en anderzijds een cultureel tekort. (…)
Door kinderen en jongeren op jonge leeftijd te laten kennismaken met kunst,
erfgoed en media leren zij ontdekken wat cultuur betekent voor henzelf en de
maatschappij”. Deze constatering komt uit het gezamenlijk advies “Onderwijs in
Cultuur” van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur. Cultuureducatie is
onontbeerlijk voor de kennis en de persoonlijkheidsvorming van kinderen en
jongeren en hun voorbereiding op een snel veranderende samenleving. Zo beaamt
de minister van OCW.
Van de andere kant biedt het culturele
instellingen de mogelijkheid nieuw publiek te bereiken en hun grote belang
zichtbaar te maken voor het maatschappelijk leven. Daarnaast wordt steeds meer
onderkend dat cultuureducatie kan bijdragen aan sociale binding en onderling
cultureel begrip. [12]
Lokaal wordt sinds enige jaren door het
primair onderwijs het Kunstmenu afgenomen. Het betreft een aanbod van
(landelijke) professionele voorstellingen zoals theater en dans onder
schooltijd. Hier doen zes scholen aan mee. Ieder schooljaar krijgt de leerling
een voorstelling te zien. Het aanbod is ontwikkeld door het provinciale Kunst
Centraal. Op de bewuste scholen zijn cultuurcoördinatoren aangesteld die beleidsplannen
voor inbedding van culturele vorming in het onderwijsprogramma voor de eigen
school hebben opgesteld. Deze coördinatoren zijn tevens gesprekspartners voor
Kunst Centraal over het door de school gewenste aanbod. Daartoe is het Scholen Netwerk Soest, een
werkgroep van cultuurcoördinatoren opgericht.
Sinds schoolseizoen 2008-2009 doen bijna alle
scholen (18 totaal) ook mee aan het Cultuurprogramma Soest/Soesterberg. Deze
pilot biedt een programma met voornamelijk lokaal aanbod op het gebied van
dans, theater, literatuur, erfgoed e.d. Alle leerlingen komen tijdens hun
schoolloopbaan onder schooltijd in aanraking diverse disciplines. Bij beide
programma’s betreft het cofinanciering waaraan zowel de scholen, gemeente en de
provincie meebetalen. Een werkgroep van culturele aanbieders en het onderwijs
onder leiding van Kunst Centraal stemt de vraag van de scholen en het aanbod
vanuit het lokale culturele veld op elkaar af. Na schoolseizoen 2009-2010 vindt
een evaluatie plaats en op basis daarvan besluitvorming over evt. voorzetting
na 2010.
De Egelantier heeft als Kunstmagneetschool een
eigen programma voor kunst- en cultuureducatie en doet daarom (vooralsnog) niet
mee aan het Kunstmenu en het Cultuurprogramma. Een klein aantal scholen neemt
op eigen initiatief extra aanbod van lokale aanbieders tegen betaling af. Hier
betalen wij niet aan mee.
Het Voortgezet Onderwijs werkt eveneens met Kunst Centraal,
en met een beperkt aantal lokale culturele instellingen. Het gaat om afname van
de Cultuurdagen als ook BAVO (Basisvorming), onder schooltijd. Het betreft de
invulling van de vakken CKV-VMBO en CKV1 voor resp. 3 VMBO en 4 Havo/4. Ook hier is sprake van cofinanciering tussen
het Griftlandcollege, de gemeente en de provincie. Daarnaast krijgen leerlingen
die voor het vak Culturele Vorming kiezen de CJP (Cultureel Jongeren Pas)
waarmee zij klassikaal diverse culturele activiteiten kunnen doen als invulling
voor reguliere kunstvakken maar ook voor culturele activiteiten die gekoppeld
zijn aan vakken als geschiedenis, biologie of aardrijkskunde en voor
vakoverstijgende projecten. Wij betalen jaarlijks mee aan de CJP. Daarnaast
krijgen alle leerlingen een zogenaamde ‘cultuurkaart’, een creditcard ter
waarde van € 15,- uitgedeeld waarmee men korting kan krijgen op de entreekosten
van diverse culturele activiteiten. Alle CKV’ers krijgen van het VSBfonds €10,-
extra op hun Cultuurkaart. Die €10,- mogen de CKV’ers helemaal zelf uitgeven en
kunnen dus niet klassikaal door een docent worden besteed.
Vanaf het voorjaar 2009 zijn op 3 scholen in
het primair onderwijs in Smitsveen naschoolse culturele activiteiten van start
gegaan (Aboutalebgelden). Drie lokale cultureel aanbieders hebben in opdracht
van de gemeente aanbod voor een jaar ontwikkeld. Het doel is dat alle kinderen
met leeftijdsgenoten aan cultuur kunnen doen. De raad heeft hiervoor een deel
van de extra armoedegelden ingezet. Na een jaar vindt een evaluatie plaats en
op basis daarvan besluitvorming over evt. voorzetting vanaf 2010.
De rijkdom en diversiteit van het lokale
culturele aanbod is iets waar we trots op mogen zijn en waar iedereen deel aan
moeten kunnen hebben. Dat onderstreept het belang van cultuureducatie. Het onderwijs speelt een cruciale rol bij de
kennismaking met het omvangrijke cultuuraanbod. Scholen zorgen voor ontsluiting
van basiskennis over kunst en cultuur, maar benutten deze ook als onderdeel van
de leeromgeving. Evenzeer is educatie, zowel van de jeugd als van volwassenen,
een zaak van culturele instellingen; niet iets extra’s maar deel van hun
kerntaak. Het streven is een doorgaande leerlijn, van basisschool tot en met de
middelbare school, die door stapeling leidt tot een brede blik op verschillende
aspecten van kunst, erfgoed en media. Binnenschools aangewakkerde
belangstelling voor cultuur moet buitenschools een voortzetting kunnen
vinden.
Het schoolprogramma in het primair onderwijs
zit behoorlijk vol. De kansen liggen in uitbouw van voorschools- en naschools
cultureel aanbod in zowel het primair- als in het voortgezet onderwijs, eventueel in combinatie met sport.
Een goede afstemming qua aanbod is van belang om een doorgaande leerlijn vast
te houden. Wellicht is samenwerking met de BSO mogelijk, mits ouders/verzorgers
meebetalen.
|
Doelstelling: Meer jeugd t/m 18 jaar komt na schooltijd in
aanraking met kunst- en cultuur. Verwachte resultaat: Voorschoolse- en naschoolse culturele
activiteiten op scholen zijn uitgebreid (en evt. BSO). Beoogd maatschappelijk effect: De jeugd leert ontdekken wat cultuur voor
henzelf betekent en voor de maatschappij zoals ontwikkeling van de eigen
identiteit en individuele ontplooiing; sociale cohesie; binding en
betrokkenheid met de maatschappij en directe omgeving e.d. Rol gemeente: Facilitator door (nieuwe) netwerken van
scholen en culturele aanbieders (en evt. BSO) opzetten om te komen tot
voorschools- en naschools aanbod. Stimulator door subsidie aan culturele
organisaties of scholen te verlenen. De gemeente stelt de randvoorwaarden op,
het onderwijs en het culturele veld voeren het uit. Rol culturele veld: Deelnemen aan (nieuwe) netwerken. Ontwikkeling en organisatie (w.o. coördinatie en planning) van voorschools- en naschools aanbod als één van de eigen kerntaken. Bereidheid tot samenwerking met andere culturele aanbieders, en met het onderwijs (en evt. BSO). Rol onderwijs (en evt. BSO): Deelnemen aan (nieuwe) netwerken. Geeft eigen behoefte in aanbod aan. Neemt voorschools- en naschools aanbod af. Faciliteert door bijv. eigen gebouw ter beschikking te stellen. Stemt zelf taken rond organisatie af met culturele aanbieders. Is bereid ouders te betrekken om participatie van kinderen te bevorderen. |
|
Maatregel: Financiële
consequentie: - De helft van
het budget Maatschappelijke
cultureel belang ad € 15.000,- jaarlijks reserveren als subsidie voor meer
voor- en naschools cultureel aanbod in het PO en VO.[13] Tijdspad: Voorbereiding en ingang in 2009/2010.
Jaarlijks, gedurende het hele jaar aan te vragen. Afhandeling aanvragen subsidie
door cultuurambtenaar. |
11. Beeldende Kunst
|
Doelstelling: In het cultuurbeleid van de gemeente meer
aandacht geven aan beeldende kunst. Beeldende kunst wordt meer toegankelijk voor het grote
publiek, vooral kunstwerken van lokale kunstenaars. Beoogd maatschappelijk effect: Het grote publiek
weet lokale beeldende kunst-
en vormgeving te waarderen. Rol gemeente: Stimulator door
subsidie te verlenen voor initiatieven, uit bestaande budgetten. Facilitator door
openbare ruimtes in het gemeentehuis ter beschikking te stellen, voor
vergaderingen en culturele uitvoeringen e.d. Kunstenaars nemen zelf initiatieven voor
projecten evt. in samenwerking met het Cultuurplatform Soest en/of
cultuurconsulent e.d. |
|
Maatregel: ·
Nagaan
in hoeverre kunstwerken die zich in het gemeentehuis bevinden (incl.
depot) geïnventariseerd zijn
(tenminste naam kunstenaar; titel kunstwerk; datum vervaardiging; huidige
staat e.d.). ·
Nagaan
in hoeverre kunstwerken in de openbare ruimte geïnventariseerd zijn
(tenminste naam kunstenaar; titel kunstwerk; datum vervaardiging; huidige
staat e.d.). ·
Onderzoeken
of er exposities in het gemeentehuis mogelijk zijn, bijv. van kunst uit het
eigen depot en/of in samenwerking met
het Kunstencentrum van Idea en/of
lokale kunstenaars. ·
Onderzoek
doen naar de akoestische omstandigheden van de raadszaal teneinde deze ruimte
meer geschikt te maken voor feestelijke optredens. ·
Voorzetting
van de 1%-regeling bij gemeentelijke (nieuw)bouwprojecten. Instellen van een
adhoc kunstcommissie ter begeleiding van kunstopdrachten i.o.m. bewoners. ·
Het
optuigen van een volwaardig onderhoudsfonds voor beeldende kunst in de openbare
ruimte. Opstellen van een regulier onderhoudsplan. ·
Een
jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan Kunstlint in de Lente (in 3 jaar
afbouwen). Financiële
consequentie: Actie en tijdspad: |
Ontwikkelingen op technologisch, sociaal-maatschappelijk en
economisch terrein veranderende de rol van de bibliotheek ingrijpend. In 2002 is het landelijk proces van
bibliotheekvernieuwing gestart, met een duidelijke regierol voor de provincie.
Dit heeft geleid tot een ingrijpende omvorming van het bibliotheek bestel.
Bibliotheken werden omgevormd tot multifunctionele, laagdrempelige, lokale
trefpunten. Op dit moment telt de telt de provincie Utrecht zeven
regiobibliotheken. Het lokale Kunstencentrum, Theater en Bibliotheek van Idea zal met Bibliotheek
De Bilt en Bibliotheek Zeist ontwikkeld worden van de huidige coöperatie tot
één organisatie, de Regiobibliotheek Utrecht Midden (RUM). Als organisatie
alleen of als coöperatie (een samengaan van drie zelfstandige organisaties op
een niet-vrijblijvende manier doch zonder enige intrinsieke wederzijdse
verplichtingen) kunnen we de ontwikkelingen buiten de deur niet meer bijbenen.
Alleen samenwerking in een groter verband biedt de benodigde ruimte om krachtig
en effectief, bewust van mogelijkheden en kansen, te opereren. Daarnaast hebben
de gezamenlijke bibliotheken in de provincie Utrecht (verenigd in de SUB) te
kennen gegeven hun onderlinge samenwerking te verdiepen met als einddoel de
totstandkoming van één provinciale bibliotheek. Deze ontwikkeling zal in 2010
worden ingezet met de oprichting van een federatief verband van Utrechts
bibliotheken. Deze federatie zal op den duur worden omgezet in een fusie. Deze
ontwikkeling houdt concreet in dat taken en bevoegdheden die tot op heden bij
de lokale of regionale bibliotheken werden uitgevoerd of waren belegd, zullen
worden overgedragen aan de federatie en later de fusie.[14]
De komende jaren zal de aandacht blijven uitgaan naar de versterking van de bibliotheeksector, de (inter)provinciale uitwisseling en samenwerking en op de verdere uitbouw van SUB. Vanuit de sector zelf (Vereniging Openbare Bibliotheken) wordt samen met provincie en rijk geïnvesteerd in thema ’s als collectiebeleid, personeelsbeleid, certificering, kwaliteit van dienstverlening, cultureel ondernemerschap en marketing en promotie. Wij zullen de ontwikkelingen in het bibliotheekwezen nauwgezet volgen.
13. Rol Stichting
Cultuurplatform Soest
Het platformbestuur is ongeveer 7 jaren geleden ontstaan op initiatief van het culturele veld zelf. Het is geen officieel adviesorgaan dat door het gemeentebestuur is ingesteld. Veel ideeën en initiatieven zijn in de afgelopen jaren door het cultuurplatform aangedragen waarvan diversen met geldelijke steun van de gemeente zijn gerealiseerd, zoals de evenementenborden langs de toegangswegen, het jaarlijkse Cultuurfestival, Kunstlint in de Lente, Cultureel Café (in samenwerking met het CultuurPunt Soest), de jaarlijkse Jac. van Looy-lezingen en vele andere activiteiten.
Anno 2009 heeft het
platform ruim honderd leden waaronder georganiseerde en ongeorganiseerde
(semi-)professionals als ook amateurkunstbeoefenaars. Het platform ontvangt
geen structurele subsidie. Wel wordt incidenteel subsidie aangevraagd voor
culturele activiteiten zoals de Jac. van Looy-lezingen. Recent heeft het platform subsidie
aangevraagd voor haar jaarlijkse bureaukosten.
Gemeentelijke visie op het Cultuurplatform
Soest
Het platform kent
een aantal werkgroepen die concrete culturele activiteiten initieert en
uitvoert. Het platform bestaat uit vrijwilligers.
Wij willen het
cultuurplatform een structurele subsidie geven voor bureaukosten. Deze subsidie is bedoeld voor de kerntaak van
het platform namelijk als vertegenwoordiger van –al naar gelang het onderwerp
delen van- het culturele veld.
Aan het bestuur
nemen echter geen professionele vertegenwoordigers van de grotere culturele
instellingen en/of organisaties van amateurkunstbeoefenaars deel. Een brede
vertegenwoordiging van het veld in het bestuur zou haar de positie als platform
als gesprekspartner richting de gemeente krachtiger kunnen maken. Het platform
heeft een grote achterban, ongeveer 120 culturele organisaties en beeldend
kunstenaars. In het verleden is op adhoc basis met de eigen achterban over
overlegd. Door het ontbreken van structureel ingepland overleg bestaat
het gevaar dat de deelnemers aan het platform ‘papieren leden’ worden. De
belangen van het hele culturele veld kunnen in dat geval minder goed ‘uit de
verf’ komen en waardoor deze te weinig bekend raken bij de lokale
overheid.
Kans
De rol van het
Cultuurplatform Soest is bij uitstek partijen van het culturele veld met elkaar
in contact te brengen. En met hen gemeenschappelijke doelen te formuleren zodat
incidentele en structurele samenwerking tussen culturele organisaties beter tot
stand komt. Tussen professionele instellingen -organisaties voor
amateurkunstbeoefening- andere spelers in het culturele veld.
|
Doelstelling: Het
Cultuurplatform Soest voor de toekomst blijvend in staatstellen als platform
en belangenbehartiger van het culturele veld te fungeren. Verwachte resultaat: Het Cultuurplatform Soest wordt afhankelijk
van het onderwerp door haar deelnemers erkend als spreekbuis
van de belangen van het culturele veld, door zowel professionele instellingen als door organisaties voor
amateurkunstbeoefening als door andere partijen op het gebied van kunst en
cultuur. Beoogd maatschappelijk effect: Door samenwerking
tussen culturele partijen wordt meer maatschappelijk draagvlak voor kunst- en
cultuur onder het publiek bewerkstelligd oftewel meer cultuurparticipatie
onder de inwoners en bezoekers van de gemeente bereikt. Rol gemeente: De gemeente is stimulator en facilitator.
Stimulator door Stichting Cultuurplatform Soest onder voorwaarden een
structurele subsidie voor haar specifieke rol als platform van het culturele
veld te verlenen. Daarmee beschouwt de gemeente het platform als de
gesprekspartner en belangenbehartiger van het culturele veld. Facilitator
door het platform indien gewenst bijv. vergaderruimte in het gemeentehuis ter
beschikking te stellen (faciliteiten nader vast te leggen). Rol culturele veld: Aan deelnemersvergaderingen van het platform actief deel te nemen en eigen inbreng te leveren. Bereidheid tot het samen cultureel ondernemen en elkaar in kennis, faciliteiten e.d. te ondersteunen. Rol Stichting Cultuurplatform Soest: · Het platform is bereid haar specifieke rol als platform van het culturele veld verder te verstevigen. Het bestuur van het platform is bereid om binnen 2 jaar een evenredige vertegenwoordiging van het lokale culturele veld in haar bestuur op te nemen, dat wil zeggen van professionele instellingen, van organisaties voor amateurkunstbeoefening, en evt. andere partijen op het gebied van kunst en cultuur (subsidievoorwaarde vergoeding bureaukosten). · Het platform is bereid structureel met de eigen achterban van gedachten te wisselen door bijv. deelnemersvergaderingen te organiseren en hiervan verslag te doen richting de gemeente (subsidievoorwaarde vergoeding bureaukosten). |
|
Maatregel: Financiële
consequentie: € 2.500,- structureel per jaar, met ingang
van 2010. Acties en tijdspad: De gemeente stelt
subsidievoorwaarden op (2e helft 2009). De gemeente
benoemt van welke gemeentelijke faciliteiten het platform gebruik kan maken. |
14. CultuurPunt Soest
Sinds 2007 krijgt
het Cultuurpunt Soest een structurele subsidie voor de aanstelling van een
cultuurconsulent. Het Cultuurpunt is ondergebracht bij Stichting Idea die als
de werkgever van de cultuurconsulent fungeert.
Het Cultuurpunt is een onafhankelijke organisatie. Het heeft een fysieke
balie in de hal van Idea waar het publiek informatie kan vinden over culturele
activiteiten, zowel lokaal als in de regio. De eigen website en de Culturele
Ladder geven aanvullende informatie. De Culturele Ladder wordt als handzame
meeneemagenda op vele plaatsen in de gemeente verspreid.
De cultuurconsulent
van het Cultuurpunt heeft als taak het culturele veld te adviseren,
bijvoorbeeld in sponsorwerving, PR-activiteiten voor uitvoeringen e.d. De
cultuurconsulent brengt partijen met elkaar in contact om efficiënt met
middelen en inzet om te gaan. Daaronder valt ook het slim (laten) plannen van
uitvoeringen en optredens. Hij/zij is bij uitstek ‘cultuurmakelaar’ en opereert
als netwerker in het culturele veld. Regelmatig wordt op de cultuurconsulent
een beroep gedaan te adviseren bij het opzetten van particuliere culturele
activiteiten in wijken. Het projectbureau van het Cultuurpunt beschikt over een
klein budget voor de ontwikkeling van culturele projecten in de wijk.
Idea heeft plannen
om de fysieke balie van het Cultuurpunt op te nemen in de nieuwe
informatiebalie van de bibliotheek die aantal ‘losse’ balies of
informatiepunten die in de toekomst zullen vervangen. De bezoeker overziet op die
manier beter waar alle informatie te halen is. Nu is de balie van het
Cultuurpunt het ‘weggemoffeld’ in een hoekje in de hal. Het probleem van de
bemensing van de balie is daarmee ook verholpen. Idea heeft het plan de huidige
baliemedewerkers van de bibliotheek allround op te leiden zodat zij ook op
cultureel gebied informatie kunnen geven.
Gemeentelijke visie
Het bovenstaande
plan om de fysieke balie van het cultuurpunt te herhuisvesten, past in de
hedendaagse visie op de functie van de bibliotheek als onafhankelijk
informatiebemiddelaar. Het is essentieel dat de bezoeker weet waar hij/zij op
een efficiënte manier informatie kan halen. Een overzichtelijke indeling van de
ruimte draagt bij aan een prettig bezoek aan de bibliotheek. Uit de 0-meting
die door de cultuurconsulent in 2008 is uitgevoerd blijkt dat informatie over
culturele activiteiten door een groot deel van het publiek wordt gewaardeerd.
De verbeterpunten in het onderzoek bieden mogelijkheden de
informatievoorziening over het aanbod van lokale en regionale culturele
activiteiten verder te optimaliseren. Eén van de verbeterpunten is bijvoorbeeld
de vormgeving van de Culturele Ladder. Om de herkenbaarheid te vergroten zal
deze culturele agenda een nieuwe vormgeving krijgen. Een ander verbeterpunt is
dat eerder bekend moet worden gemaakt dat inwoners die wijkeninitiatieven hebben ook bij het
projectbureau van het CultuurPunt Soest terecht kunnen voor een kleine
ondersteuningssubsidie.
In onze visie heeft
de cultuurambtenaar de rol van adviseur van de lokale overheid, specifiek over
het gemeentelijk cultuurbeleid. Hij/zij doet geen uitvoerend werk maar
beschouwt het Cultuurpunt en de cultuurconsulent als de ‘oren en ogen’ in het
culturele veld. Wij zien het Cultuurplatform als de belangenbehartiger van
culturele organisaties, en als klankbordgroep. De cultuurconsulent heeft een
andere rol namelijk die ‘lijm’ tussen de culturele spelers onderling, om de
meerwaarde van samenwerking binnen het culturele veld te bepleiten en te
bevorderen. Hij/zij heeft een totaaloverzicht van het aanbod aan culturele
activiteiten en kan daardoor een belangrijke rol hebben in de ‘kruisbestuiving’
tussen partijen. Daarbij is hij/zij niet zo zeer uitvoerder die werkopdrachten
van het culturele veld krijgt en uitvoert, maar eerder stimulator, aanjager,
onafhankelijk adviseur en bovenal netwerker. In dienst van het Cultuurpunt
beschikt de cultuurconsulent weliswaar over de middelen van een eigen
projectbureau maar dat dient zich te beperken tot uitsluitend projecten die vanuit
particuliere wijkinitiatieven zijn ontstaan en raakvlakken hebben met de
onderwerpen kunst en cultuur.
Kans
Er zijn vele spelers
in het culturele veld. Er is behoefte aan een meer heldere afbakening van de
taken van de cultuurconsulent.
|
Doelstelling: De taken van de
cultuurconsulent zijn helder voor het culturele veld en het grote publiek. Verwachte resultaat: Door inzet van de
cultuurconsulent de efficiënte en effectieve samenwerking tussen culturele
partijen te bevorderen zodat de cultuurparticipatie onder inwoners en
bezoekers van de gemeente toeneemt. Beoogd maatschappelijk effect: Een goede samenwerking tussen culturele
partijen komt het culturele klimaat in de gemeente ten goede. Rol gemeente: De gemeente is initiator. Stelt subsidievoorwaarden
op waarin de taken van de cultuurconsulent explicieter worden omschreven. De
gemeenteambtenaar onderhoudt nauw contact met de cultuurconsulent (en
andersom). Rol van de cultuurconsulent : Bereid zijn de nader te omschrijven taken
uit te voeren. |
|
Maatregel: n.v.t. Financiële
consequentie: n.v.t. Acties en tijdspad: Omschrijving
taken cultuurconsulent opnemen in de subsidiebeschikkingen aan het CultuurPunt Soest voor 2010 e.v.
Voorbereiding tweede helft 2009. |
15. Cultuur- en Publieksprijs
gemeente Soest
Jaarlijks reikt de
wethouder Cultuur namens de gemeente zowel de Cultuurprijs als de Publieksprijs
uit. De commissie Cultuurprijs steekt ieder jaar veel energie en tijd in het
nomineren van kandidaten. Ook de organisatie van de feestelijke uitreiking is
een hele klus. Wij willen de huidige werkwijze en criteria voor uitreiking
evalueren. De totale kosten van de uitreiking inclusief organisatie overschrijden
momenteel het beschikbare budget van € 5.985,-.
|
Doelstelling: De gemeentelijke Cultuurprijs en
Publieksprijs in de toekomst zodanig voortzetten dat deze blijk van waardering voor bijzondere activiteiten van
het specifieke inwoners en/of lokale culturele organisaties bestaansrecht
houdt. Verwachte resultaat: De criteria van de Cultuurprijs en de
Publiekprijs zijn helder en eenduidig door de gemeente geformuleerd. Beoogd maatschappelijk effect: De Cultuurprijs en de Publiekprijs zijn een
stimulans voor inwoners en/of lokale culturele organisaties om bijzondere
activiteiten te initiëren. Rol gemeente: Beslisser: de gemeente evalueert met de
commissie Cultuurprijs de criteria voor de uitreiking van de Cultuurprijs en
Publieksprijs. Op basis daarvan past de gemeente zo nodig de criteria voor de
uitreiking en werkwijze en de samenstelling van de bewuste commissie aan. Rol commissie Cultuurprijs: Bereidheid tot evaluatie van de tot nu toe gehanteerde criteria en het geven van aanbevelingen voor de werkwijze in de toekomst. |
|
Maatregel: Financiële
consequentie: Maximaal € 5.985,- Tijdspad: De uitreiking van de Cultuurprijs en de
Publiekprijs in 2010 vindt op basis van de huidige criteria plaats. Een
eventuele herformulering is voor het eerst van toepassing op de feitelijke
uitreiking in 2011. De evaluatie
vindt in 2010 plaats. |
16.
Samenvatting: actieplan met prioriteiten,
planning en financiële vertaling
Wij hebben de
volgende gemeentelijke missie op cultuurbeleid 2010-2014 geformuleerd:
|
Lokale kunst, cultuur en cultureel erfgoed
zorgen voor een levendige culturele gemeente. Inspiratie, beleving,
individuele ontplooiing, overdracht van waarden en tradities,
cultuurdeelname, talentontwikkeling, economische impulsen, een actief
verenigingsleven, leefbaarheid en sociale samenhang, en zoveel meer: wij
voeren daarom een actief cultuurbeleid dat erop is gericht jong en oud in
contact te brengen (en te houden) met kunst en cultuur. |
Uit deze missie hebben wij de volgende Visie
ontwikkeld:
|
Cultuur levert een belangrijke bijdrage aan
een aantrekkelijk woon- en verblijfklimaat in Soest en Soesterberg. Het
belang van cultuur voor de samenleving is dat het mensen ontwikkelt én
samenbindt. Iedereen moet de kans en gelegenheid krijgen te participeren.
Daarom benoemen wij speciale doelgroepen die nu op het gebied van
cultuurparticipatie een achterstand kennen. Het is geen gemeentelijke taak uitvoerend
bezig te zijn en zelf culturele activiteiten te organiseren, noch met de
operationele inhoud ervan zich bezig te houden. Dat is aan het culturele veld
zelf en daarin hebben wij vertrouwen. We willen investeren in behoud en
uitbouw van de lokale culturele infrastructuur. Concreet betekent dit
ondersteuning van het culturele veld bij haar culturele ondernemerschap. We
werken mee aan een gunstig cultureel klimaat. |
Op basis van de bovenstaande missie en visie
is ‘Cultureel ondernemerschap is een belangrijke voorwaarde voor meer
cultuurparticipatie’ het centrale thema in ons cultuurbeleid:
|
Cultureel ondernemerschap als middel stimuleren om te komen tot meer maatschappelijk draagvlak voor cultuur (cultuurparticipatie). |
Als belangrijke
subthema’s hebben wij benoemd:
-
Cultuurparticipatie
bevorderen;
-
Nieuwe
samenwerkingsvormen stimuleren (cultuurtoerisme);
-
Cultuurhistorische
schatten ontsluiten;
-
Goede
huisvesting voor culturele functies bevorderen.
Daarnaast hebben wij
- mede op basis van input vanuit het culturele veld en de raad- ons standpunt
verwoord voor de onderwerpen:
-
Cultuureducatie
(voorschools- en naschools cultureel aanbod in wijken i.s.m. evt. BSO
uitbreiden. Mogelijk in combinatie met sportactiviteiten);
-
Beeldende
kunst- en vormgeving (toegankelijkheid en onderhoud verbeteren);
-
Letteren/Media
(bibliotheekvernieuwing continueren; bezinnen op gemeentelijk
opdrachtgeverschap);
-
Stichting
Cultuurplatform Soest (rol als platform in de toekomst verstevigen);
-
Cultuurconsulent
van Stichting Cultuurpunt Soest (taken specifieker omschrijven);
-
Cultuur-
en Publieksprijs gemeente Soest (criteria evalueren).
In Bijlage 4 treft u
een een samenvatting aan van al onze maatregelen per onderwerp, in één
overzicht aangegeven inclusief actieplan
met prioriteiten, planning en financiële vertaling.
Met de voorgestelde
maatregelen sluiten we aan bij landelijk- en provinciaal beleid op de
thema’s cultureel ondernemerschap;
cultuurparticipatie; cultuureducatie (brede school); talentontwikkeling bij de
jeugd (podiumkunst) e.d. Daar waar het mogelijk zullen we een beroep doen op
subsidies van hogere overheden, bijv. voor het project ‘Soestvrijstaal’, de
talentontwikkeling bij jongeren.
[1]
Wijn, C. (2003) Gemeentelijk cultuurbeleid –een handleiding; Cultuureducatie.
De kracht van lokaal en provinciaal beleid.
[2]
Zie www.cultuurnetwerk.nl
[3]
Provincie Utrecht,
Cultuur is Kracht. Cultuurnota 2009-2012.
[4] Effectrapportage Utrecht Culturele Hoofdstad, ABF cultuur, mei 2008
[5]
AK OK! Amateurkunst in Cijfers, Kunstfactor Sectorinstituut voor de Amateurkunst, mei 2007
[6]
AK OK! Amateurkunst in Cijfers, Kunstfactor Sectorinstituut voor de Amateurkunst, mei 2007
[7]
Cijfers op het Congres ‘Cultureel Ondernemerschap’ georganiseerd door Cultureel
Organisatiebureau Facta d.d. 1 oktober 2008 gepresenteerd.
[8]
Meer Draagvlak voor cultuur, Commissie
Cultuurprofijt, januari 2008
[9]
Diverse rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau zoals Cultuur tussen
Competentie en Competitie; Het Bereik
van het Verleden; Cultuurminnaars en Cultuurmijders
[10] CPB-reeks
bijlage 5: Consumptie, inkomen en vermogens van huishoudens, Centraal
Planbureau.
[11] Zie
www.cultuurnetwerk.nl
[12]De
Kunstconnectie/VKV en de Stichting Erfgoed Actueel, in samenwreking met de VNG
en het Overleg Provinciale Erfgoedinstellingen (2006). Cultuureducatie. De
Kracht van Lokaal en Provinciaal Beleid.
[13] In 2007 en 2008 is van het budget
Maatschappelijk cultureel belang 2/3 resp. de helft van het budget werkelijk
uitgegeven.
[14] Koot, L., Royen,
P.C. van, Westdorp, B., Eigenheid in Samenhang. Beleidsvoornemens 2009.
Bibliotheek De Bilt, Idea Soest en Bibliotheek Zeist samen in één organisatie,
Regiobibliotheek Utrecht-Midden (RUM). 2009.