Ik haatte musea, ik hield
niet van klassieke muziek.
Ik hield van sport, van
volleybal.
Tijdens de grafische
opleiding die ik volgde
aan de Grafische school in
Utrecht
moesten we op museumbezoek.
Met de hele klas, onder
begeleiding van de docent Spaan.
De eerste keer naar het
Stedelijk Museum in Amsterdam..
Zittend op de trap, uit
verveling,
kijkend naar een heel groot
mobiel met stenen dat daar hing en
dat bewoog zodra de
buitendeur was opengegaan.
Traag, langzaam steeds een
andere vorm aannemend. Adembenemend.
En daar is het begonnen
Ik werkte bij de
Arbeiderspers voor Philips
en maakte een Kerstnummer
voor het personeel van Philips,
de Philips Kerst Koerier.
’t Was mooi geworden.
Als dank kreeg ik van Philips
een minigroef elpee van
Arthur Grumiaux, Beethoven vioolconcert.
Prachtig vond ik het
Toen is het begonnen.
Ik werkte bij Kasteel
Groeneveld
en maakte ruzie met de
tuinman
omdat ik beelden wilde
tentoonstellen in de tuin
en hij het gras netjes wilde
houden,
bijna slaande ruzie en ik
twijfelde,
totdat ik op de eerste zondag
als bezoeker dat park in ging
om te horen wat de bezoekers
van de beelden vonden.
Toen hoorde ik een meisje
tegen haar moeder zeggen:
kijk eens mam, wat een mooie boom daar bij dat beeld.
Toen wist ik het zeker:
Kunst moet!
Kunst zet je aan het denken,
kunst zaait verwarring, kunst biedt schoonheid , ontspanning en plezier.
Kunst en cultuur vervullen
een belangrijke functie
in de samenleving,
in iedere samenleving ook
voor die in Soest.
Kunst en cultuur zorgen er
voor dat mensen elkaar ontmoeten.
Weet u nog die spreuk bij het
975 jarig bestaan van Soest:
elkaar actief ontmoeten.
Dat doen kunst en cultuur.
Eindelijk is er een politieke
partij
die ernst maakt van kunst en
cultuur
En, dat zeg ik met trots,
niet zomaar een partij, nee,
de eerste en de beste, de
Partij van de Arbeid.
Zij publiceerde een paar
weken geleden een boekje getiteld:
De kracht van Kunst en
Cultuur
De Partij van de Arbeid als
eerste grote partij
die meer zegt dan dat
kunst en cultuur belangrijk zijn voor de samenleving.
In het boekje laten ze zien
hoe de vroegere SDAP zich als
politieke partij,
als socialistische beweging
zich inspande
om kunst en cultuur voor
iedereen toegankelijk te maken.
De Rode Familie bediende zich
van alle toen bestaande media
om dat te bereiken.
Krant, geïllustreerd
weekblad, boeken,
boekseries de bekende
Arbo-reeks.
Radio, de VARA.
En ze streefden allen één
belangrijk doel na:
mensen informeren,
mensen wijzen op hun
mogelijkheden,
mensen zonder winstoogmerk
voorzien van boeken.
Grote kunstenaars stelden
zich in dienst van dat streven: Roland Holst, Gorter, Nienke van Hichtum,
Mondriaan, Marsman, Theo Thijssen, dat waren nog eens tijden.
Veel daarvan is verloren
gegaan.
Het Vrije Volk bestaat niet
meer,
de Arbeiderspers is een
gewone boekuitgever geworden,
de VARA heeft haar programma’s
voor het grootste deel laten
vertrossen.
En dan is er opeens in 2005 dat
manifest,
dat boekje waarin aandacht
wordt gevraagd
voor kunst en cultuur.
Het liefste zou ik dat hele
boekje
De Kracht van Kunst en Cultuur,
willen voorlezen, maar dan
moeten een
cultureel weekeind
organiseren
dus dat doe ik niet.
Het boekje begint met een
dichtregel van Dick Hellenius.
Een spin zonder web is een radeloze wandelaar.
Kunst en Cultuur zijn
onmisbaar voor de samenleving.
Ze houden je een spiegel voor
zorgen voor confrontatie en
relativering en
dragen bij aan de beleving
van collectieve en
individuele trots, troost en
humor.
Kunst leert je dingen mooi te
vinden.
Het verbetert simpelweg de
kwaliteit van het leven.
Ik zei al dat het boekje, het
manifest
meer dan de moeite waard is.
Niet omdat alles wat beweerd
wordt volgens mij
kan en moet worden
uitgevoerd,
maar het gaat ergens over.
Het kan tot discussie leiden.
De politiek praat niet graag
over kunst en cultuur,
ja als het gaat om een
individuele subsidieaanvraag,
daar wordt dan eventjes over
gepraat.
Dan ontstaat er soms instemming
of
selectieve verontwaardiging.
Maar discussiëren over kunst
en cultuur, nee,
ook niet in Soest waar toch
een aantal stukken,
nota’s zijn geproduceerd, soms
in opdracht van De politiek,
die daar alle aanleiding toe
geven.
Terug naar de Partij van de
Arbeid
Om mensen van verschillende
culturen bij elkaar te brengen en wederzijds begrip te vergroten en
verbindingen te leggen.
Daarin kan kunst en cultuur
een belangrijke rol spelen.
Internationale uitwisselingen
kunnen een stimulans zijn
om betere kunst te maken,
betere prestaties te leveren.
Soest doet voorzicht een poging
om dat te doen met Soest Duitsland.
Binnen de algemene
cultuurvisie van de Partij van de Arbeid
speelt de amateurkunst een
belangrijke rol.
Amateurkunst staat dicht bij de samenleving
ook hier in Soest waar het
michelt van de amateurkunstenaars.
De amateurkunst is de
voortuin van de professionele kunst
en heeft een
uitstralingseffect naar
het welzijn in de
samenleving.
In Nederland wordt op
jaarbasis 2 miljoen euro uitgegeven aan amateurkunst, dat is voor 61/2 miljoen
mensen…
Zo’n 40 cent per amateur/deelnemer
Die mensen verdienen hun
brood daar niet mee,
maar ze zorgen wel voor
doorstroming naar de
professionele kunst,
zijn een bron van interesse
en inspiratie.
Geen top zonder basis,
geen boom zonder wortels.
Bovendien geeft amateurkunst
miljoenen mensen plezier en
troost
en alleen daarom al is
geen cultuurvisie compleet
zonder
aandacht voor de
amateurkunst.
Het budget voor amateurkunst
moet worden vergroot.
Dat is nodig om de vele
verenigingen draaiend te houden.
Dat is één van de
aanbevelingen uit het stuk.
Ik wil afsluiten met een
laatste citaat uit
De kracht van Kunst en cultuur,
het manifest van de Partij
van de Arbeid,
voordat ik u een aantal
stellingen voorleg.
Buurten, wijken en steden
moeten ervan doordrongen raken
dat de aanwezigheid van kunst
en cultuur
hun sociaal en economisch
kapitaal en
de leefkwaliteit kan
vergroten.
Investeren in kunst en
cultuur heeft daarmee ook
direct een sociaal en
economisch rendement.
Dat is de kracht van kunst en cultuur grrrrrrrr